vervloekt

Dutch

Pronunciation

  • (file)
  • Rhymes: -ukt

Participle

vervloekt

  1. past participle of vervloeken

Inflection

Inflection of vervloekt
uninflected vervloekt
inflected vervloekte
positive
predicative/adverbial vervloekt
indefinite m./f. sing. vervloekte
n. sing. vervloekt
plural vervloekte
definite vervloekte
partitive vervloekts

Adjective

vervloekt (not comparable)

  1. cursed, damned

Inflection

Inflection of vervloekt
uninflected vervloekt
inflected vervloekte
comparative
positive
predicative/adverbial vervloekt
indefinite m./f. sing. vervloekte
n. sing. vervloekt
plural vervloekte
definite vervloekte
partitive vervloekts

Synonyms

Descendants

  • Berbice Creole Dutch: furfluktu

Verb

vervloekt

  1. inflection of vervloeken:
    1. second/third-person singular present indicative
    2. (archaic) plural imperative
This article is issued from Wiktionary. The text is licensed under Creative Commons - Attribution - Sharealike. Additional terms may apply for the media files.