hoogstwaarschijnlijk
Dutch
Etymology
From hoogst + waarschijnlijk. Compare German höchstwahrscheinlich.
Pronunciation
- IPA(key): /ˈɦoːxst.ʋaːrˌsxɛi̯n.lək/
Audio (file) - Hyphenation: hoogst‧waar‧schijn‧lijk
Adjective
hoogstwaarschijnlijk (comparative hoogstwaarschijnlijker, superlative hoogstwaarschijnlijkst)
Inflection
Inflection of hoogstwaarschijnlijk | ||||
---|---|---|---|---|
uninflected | hoogstwaarschijnlijk | |||
inflected | hoogstwaarschijnlijke | |||
comparative | hoogstwaarschijnlijker | |||
positive | comparative | superlative | ||
predicative/adverbial | hoogstwaarschijnlijk | hoogstwaarschijnlijker | het hoogstwaarschijnlijkst het hoogstwaarschijnlijkste | |
indefinite | m./f. sing. | hoogstwaarschijnlijke | hoogstwaarschijnlijkere | hoogstwaarschijnlijkste |
n. sing. | hoogstwaarschijnlijk | hoogstwaarschijnlijker | hoogstwaarschijnlijkste | |
plural | hoogstwaarschijnlijke | hoogstwaarschijnlijkere | hoogstwaarschijnlijkste | |
definite | hoogstwaarschijnlijke | hoogstwaarschijnlijkere | hoogstwaarschijnlijkste | |
partitive | hoogstwaarschijnlijks | hoogstwaarschijnlijkers | — |
This article is issued from Wiktionary. The text is licensed under Creative Commons - Attribution - Sharealike. Additional terms may apply for the media files.