doorgedraaid

Dutch

Etymology

From doordraaien.

Pronunciation

  • IPA(key): /ˈdoːr.ɣəˌdraːi̯t/
  • (file)
  • Hyphenation: door‧ge‧draaid

Adjective

doorgedraaid (comparative doorgedraaider, superlative doorgedraaidst)

  1. berserk, frenzied; injuriously, maniacally, or furiously violent or out of control.
  2. crazy, mental, bonkers

Inflection

Inflection of doorgedraaid
uninflected doorgedraaid
inflected doorgedraaide
comparative doorgedraaider
positive comparative superlative
predicative/adverbial doorgedraaiddoorgedraaiderhet doorgedraaidst
het doorgedraaidste
indefinite m./f. sing. doorgedraaidedoorgedraaideredoorgedraaidste
n. sing. doorgedraaiddoorgedraaiderdoorgedraaidste
plural doorgedraaidedoorgedraaideredoorgedraaidste
definite doorgedraaidedoorgedraaideredoorgedraaidste
partitive doorgedraaidsdoorgedraaiders
This article is issued from Wiktionary. The text is licensed under Creative Commons - Attribution - Sharealike. Additional terms may apply for the media files.